Een weekje Brusse

Maandagochtend komt hij het Grand Café in Schoorl binnenlopen aan de arm van zijn Australische vrouw, met zin in de week die komen gaat. Het zuurstofapparaat springt natuurlijk in het oog want de slangetjes die zijn neus ingaan zijn niet te missen, maar: “Dat is net als een wandelstok, een hulpmiddel,” verzekert hij me en we beginnen aan het eerste van een serie van vijf interviews. Op donderdagmiddag neem ik afscheid van een man die onder een dekentje zit in zijn gehuurde boerderijtje, het zuurstofapparaat aangesloten en in afwachting van de dokter. Voor Kees Brusse was het een zware week.

Het is de week waarin zijn memoires verschijnen. Verhalen over zijn leven die hij verteld heeft aan Henk van der Horst (bekend van Farce Majeur) omdat Brusse zelf niet meer goed kan zien en daardoor niet meer kan schrijven. Hij is 86 jaar. Als ik hem spreek op maandagochtend heeft hij de dagen ervoor al verschillende interviews gegeven – kranten, tv, radio – en direct na mij zal hij het Parool te woord staan. Iedereen wil hem spreken want de staat van dienst van acteur Kees Brusse is groot en hij wordt door velen bewonderd. Hij neemt tijd voor iedereen en dat dwingt respect af. Het is namelijk duidelijk dat de vele inspanningen veel vergen van zijn energie. Bij beeldopnames gaat het zuurstofapparaat het liefst af maar hij maakt er geen geheim van en tijdens radio- of kranteninterviews blijven de slangetjes vaak in zijn neus. Mij laat hij het apparaat ook horen tijdens de opnames.

Hij is verbaasd door alle aandacht die hij krijgt. In Australië waar hij nu woont heeft hij weinig vrienden, vertelt hij me. Naast zijn vrouw heeft hij er zijn vogels, daar voert hij vele gesprekken mee. De anonimiteit daar is soms fijn, maar hij mist de aandacht ook wel, geeft hij toe. Nou, die krijgt hij dezer dagen in Nederland genoeg. Na de presentie van zijn memoires moet de interviewers duidelijk worden gemaakt het niet te lang te maken (Henk van der Horst wordt op gegeven moment door zijn dochter die alle publiciteit organiseert weggestuurd omdat hij uitvaart tegen een SBS-verslaggever. Hij vindt dat het allemaal te veel wordt voor Brusse). Omdat ik hem deze week volg loop ik steeds met hem mee, ook in de lift waar hij verzucht: “Mooi was het hè? Maar ik ben wel een beetje buiten adem.” En als de liftdeuren opengaan staat er weer iemand in de startblokken om hem iets te vragen of ergens mee naar toe te nemen.

Woensdag, de dag na de presentatie wordt voor hem vrij gehouden. Ook ik ga niet bij hem langs want hij is echt te moe. Logisch lijkt me en dus spreek ik donderdagochtend met hem af om op te nemen voor de uitzending van die dag. Als hij om elf uur op de parkeerplaats uit de auto stapt is het eerste wat hij zegt: “Ik ben doodziek.” Hij denkt iets verkeerds te hebben gegeten. Maar, geeft hij toe, het was ook wel erg druk. Ik zeg meteen dat als hij echt te ziek is we het misschien maar niet door moeten laten gaan en hij naar bed moet. Nee, zegt Brusse, ik wil de week afmaken. Dat is iets wat we vaker tegen komen: In eerste instantie denkt een Radiodagboekgast soms dat het een hele opgaaf wordt, iedere dag die verslaggever te woord staan. Later zien ze in dat het een mooie serie is en willen ze het graag af maken. Kees Brusse ook. En dus voeren we een gesprek, ik hou het kort, en hij gaat weer naar huis. Met enige schroom zeg ik dat ik eigenlijk ’s middags nog één keer af wil spreken voor de vrijdagaflevering. Geen punt zegt hij. Brusse: “Als jij nou in de tijd dat ik ga slapen naar Hargen aan Zee gaat, dan zie ik je om vier uur.”

Op het strand denk ik na over de man Brusse. Gevierd acteur, vele films en televisieseries op zijn naam, maar ook gevlucht naar Australië voor een ex-vrouw die een lastercampagne tegen hem begon in Nederland (beluister voor het verhaal deel vier van zijn Radiodagboek op http://lunch.ncrv.nl/radiodagboek ). Daar zit hij aan de rand van een natuurreservaat, probeert vaak een kilometer te wandelen met zijn zuurstoffles achter zich aan (voor binnen heeft hij een 18 meter lange slang). Maar met weinig vrienden en behoorlijk alleen, zo vertelt hij me zelf.

Als ik voor de laatste keer bij hem langs ga word ik opgewacht door zijn vrouw Joan. Ze zegt dat de dokter onderweg is. Als ik Brusse vraag hoe het gaat zegt hij: “Alles doet me pijn.” Maar hij wil nog graag een keer spreken (een interview dat hij de volgende dag zou geven is al afgezegd). We hebben nog een mooi afsluitend gesprek.

We begonnen de week in een café en kwamen op plekken waar hij in de schijnwerpers stond, we sluiten de week af in een gehuurd boerderijtje aan de rand van Schoorl. En na nog een paar dagen Parijs zal hij weer terugvliegen naar Australië. Terug naar zijn vogels. In ons laatste gesprek zegt hij nog eens dat hij soms wel wat alleen is in Australië. En dat Nederland wel ver weg is. Aan de andere kant, als het dichterbij zou zijn zou het aantal Nederlanders in Australië misschien toenemen en daar heeft ‘ie eigenlijk ook helemaal geen behoefte aan. Het is goed zo, zegt hij.

Ik zeg gedag en laat hem verder met rust. Volgens mij heeft hij daar het meeste behoefte aan.

 

Gepost op maandag 14 maart 2011

Brusse

Posterous theme by Cory Watilo