Filed under: Bleumers

Koninginnedag 2009

Apeldoorn_monument_schade_425

Ik ben bezig met het bijwerken van het archief van NCRV's Radiodagboek. Daardoor komen er een hoop memorabele momenten voorbij. Zoals dit:

De ene dag heb je het met een royaltyjournalist over de haarlak van de koningin, de volgende dag heb je Karst Tates zijn daad zien plegen.
Het Radiodagboek dat ik maakte met Marc van der Linden vergeet ik nooit.

Radio 1 zond uit vanaf een balkonnetje aan het kruispunt waar Karst Tates inreed op het publiek dat de koninging en haar gevolg toejuichde. Ik zat op dat balkon. Ik had net een Radiodagboek gemonteerd en zou later die middag Marc van der Linden opzoeken om het laatste deel op te nemen. Ik keek even naar de presentatoren die bezig waren. Rechts van me hoorde ik een dof geluid en ik zag de verbijsterde blikken van mijn collega's op het balkonnetje. Ongeloof. Onbegrip. Toen ik mijn hoofd naar het kruistpunt draaide was Tates al tot stilstand gekomen tegen de naald. Eén moment. Onderweg levens rovend en vernielend.

Ik heb mijn opnameapparatuur gepakt en ben naar beneden gerend. Ik ben nu eenmaal verslaggever voor Radio 1 en dat is een reflex. Ik heb geprobeerd opnames te maken bij een hulppost. Geprobeerd. Want terwijl ik spreek met twee meisjes die licht gewond zijn maar vooral heel erg geschrokken en op zoek naar hun ouders, zie ik alleen maar al dat leed. Ik denk aan mijn eigen zoon en hoe zou het zijn als...
Vaak zijn micorofoon en koptelefoon een barrière tussen mijzelf en 'de echte wereld'. Daardoor kun je als verslaggever door gaan terwijl je zonder opnameapparatuur al gestopt zou zijn. Nu is zelfs die koptelefoon niet genoeg om me af te sluiten.
Ik stop met opnemen omdat ik zelf niet uit mijn woorden kom en omdat ik me realiseer dat ik de hulpverleners hun werk wil laten doen en op geen enkele manier in de weg wil staan. Ik breng het gesprek dat ik opnam nog naar de zendwagen en even later zit het in de uitzending. Ik ben dan al op weg naar Marc van der Linden.

Ik ben immers een Radiodagboek aan het maken met een royaltyjournalist die alles moet hebben gezien omdat hij in een volgbus in de stoet zat. Ik zoek hem dus maar op. Hij is aangeslagen maar ook hij gaat meteen aan het werk. Samen zien we foto's op computers van fotografen die het zagen gebeuren. Heftige beelden die nu al weer worden beoordeeld op bruikbaarheid. Alles gaat door. 
Bizarre wereld.

http://lunch.ncrv.nl/pagina/2009-week-19-27-april-1-mei-marc-van-der-linden

Belevenis van een FC Twente-fan

Dit weekend kan het gebeuren: Twente voor het tweede achtereenvolgende jaar landskampioen (edit: Dat is dus niet gebeurd. 15 mei 2011 wordt dé wedstrijd, Ajax-Twente). En anders natuurlijk tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen tegen Ajax.

Ja, tot u spreekt een Twente-fan.

Nouja… fan, ik ben wel eens naar wedstrijden geweest. Waaronder Twente tegen Ajax.

 

Ik zat nog op school en woonde in Hengelo. Mijn betrokkenheid bij de Enschedese club FC Twente beperkte zich tot het zien van het bord waarop de wedstrijden stonden aangekondigd. (Aan de linkerkant van de weg als je Enschede inrijdt, vlak bij het park waar de stenen adelaar op de ene sokkel lange tijd naar de lege sokkel van zijn kapotgemaakte maatje heeft gekeken)

 

Op gegeven moment kwam ik bij Tom in de klas en die was echt Twente-fan. Niet dat hij tot de harde kern behoorde want die stond in vak P en wij stonden tijdens de wedstrijden waarheen we gingen gewoon in het vak ernaast: PP.

En daar stond Tom dan tussen de doelpunten door te zoenen met zijn vriendinnetje. Want Tom had al een vriendinnetje. Daardoor voelde ik mij soms een vijfde wiel aan de wagen en hield dus maar de wedstrijd extra goed in de gaten.

Zo zag ik Jan Wouters voetballen toen ‘we’ tegen Bayern München moesten. En ik kan me het spreekkoor nog herinneren ter aanmoediging van een kennelijk belangrijke speler op dat moment: Oe a Mrkela, say oe a Mrkela. Twente: Het land van tekstschrijvers als Willem Wilmink en Herman Finkers.

   

Twente tegen Ajax dus.

Voordat we via de stenen trap de tribune op kunnen worden we gefouilleerd door een suppoost. Overigens een mooi woord om in het Twents uit te spreken, suppoost.

Op het moment dat ik word gecontroleerd hoor ik opeens achter mij een waarschijnlijk suïcidale Ajaxied hard de naam van zijn club roepen.

In mijn beleving nam het aantal Twentesupporters achter mij in één klap toe tot de omvang waar een flink Romeins legioen bij in het niet valt. In een stofwolk, oerkreten uitstotend stuiven ze achter de Ajax-roeper aan, vlak achter mij langs. Met een Matrix-achtige beweging van mijn lichaam weet ik te voorkomen dat ik word meegesleurd. Zwaaiend met opgeheven rood-witte paraplu’s zie ik ze om de hoek van het Diekmanstadion verdwijnen.  

 

Geen idee hoe het is afgelopen of van het verloop van de wedstrijd. Maar ik weet nog heel goed dat die plotselinge omslag in sfeer en de dreiging van de massa een grote indruk op mij hebben gemaakt.

 

Na mijn verhuizing uit Hengelo ben ik nooit meer naar een voetbalwedstrijd geweest. Maar ook al zou ik me echt geen fan noemen, ik draag FC Twente nog steeds een warm hart toe. En dus hoop ik dat ze dit seizoen als winnaar afsluiten. En als iemand mij uitnodigt de laatste wedstrijd tegen Ajax in het stadion mee te maken zeg ik vol overgave: Ja, graag (hinthint)!

 

Extra: Collage die ik maakt na het weekend in 2010 waarin FC Twente voor het eerst kampioen werd. 

 

 

Voetbalplaatje_twente

Een stilte zegt soms meer dan woorden

dagboek van uw verslaggever, tijdens de week met Paul Groot 

Paul_groot

Zaterdag 9 april 2011

 

Voorafgaand aan de week met Paul Groot lees ik natuurlijk de verschillende interviews die al met hem gedaan zijn. Wat opvalt is dat hij zelden details over zijn privéleven geeft. Dat is dus nog een terrein waar iets te ontdekken valt. Het spelen van typetjes, zijn perfectionisme … het lijkt allemaal ergens uit voort te komen maar je leest nooit precies waaruit.

Daarmee is mijn doel duidelijk: lukt het mij om door te dringen tot de persoon Paul Groot?

 

Op zaterdag wordt er op Twitter plotseling geschreven over een prachtig interview met Paul in Het Parool. Dus ik ga op zoek naar een exemplaar en jep… Daarin staat een lang interview met hem door Gijs Groenteman. En daar staat veel in. Heel veel. Over depressies, verlegenheid in de jeugd van Paul, sociaal onvermogen, psychiaterbezoeken… .  

Behalve dat ik onder de indruk ben van het interview, baal ik toch ook.. Gezien de schaarsheid waarin Paul Groot vertelt over zijn verleden ben ik bang dat hij in mijn week weer wat gereserveerder zal zijn. Een duidelijk geval van gras weggemaaid voor mijn voeten

Aan de andere kant vraag ik me af of ik ook zover gekomen zou zijn. Een interview voor de geschreven pers – waarbij je een lange tijd lekker kan gaan zitten met wat drinken en dan een goed gesprek – is toch heel anders dan voor de radio waarbij de microfoon een zeer aanwezig gegeven is. En tenzij je ècht de tijd hebt is het moeilijk om te vergeten dat je met opnames bezig bent.

Natuurlijk, ook bij geschreven pers is het de interviewer die het moet doen en dus alle lof voor Gijs Groenteman.

Maar toch: ook uit het interview door Groenteman wordt niet duidelijk wat er nou precies gebeurd is in de jeugd van Paul Groot. Hij vertelt dat zijn broer en zus het contact met zijn ouders hebben verbroken maar waarom? Dat blijft een groot vraagteken en het heeft er alle schijn van dat Paul Groot dat bewust niet vertelt.

 

Maar goed, aan mij de taak om ook de persoon Paul Groot te laten horen en niet alleen de acteur. Morgenochtend heb ik een uurtje de tijd voor het eerste interview.

 

 

Maandagmiddag

 

Vanmorgen eerste interview met Paul gehad. Mijn tactiek was om niet meteen te proberen de diepte op te zoeken maar het eerst te hebben over Spamalot, de musical. En over zijn passie voor goochelen. Het leuke is dat ik daar ook iets van weet en ik hoopte door daarover met hem te praten de afstand tussen interviewer en geïnterviewde wat te verkleinen. En na twintig minuten praten over Monty Python, musical en goochelen kon ik vrij eenvoudig de stap maken naar zijn jeugd. Want was het goochelen ook een manier om veel in zijn eentje te oefenen en vervolgens op een makkelijke manier indruk te kunnen maken? En ook nog eens een rol te kunnen spelen? Paul vertelt vervolgens over de afstand tussen zijn klasgenoten en de ontdekking dat hij homo is. Het gaf de reportage van maandag de extra laag waar we altijd naar op zoek zijn. Ik was tevreden met het resultaat.

 

(overigens, ik begon later aan de montage dan ik wilde omdat we na opname nog wat kaarttrucjes doornamen, haha!)

 

Maandagavond

 

Ik heb Paul geïnterviewd vlak voor een repetitie voor de musical Spamalot. Heb gekozen voor niet teveel persoonlijks. Sterker nog, ik heb hem maar eens laten vertellen over het feit dat hij het zo raar vindt om in interviews vragen over zijn persoonlijk leven te krijgen. Dan kan ik daarna weer vragen stellen over eh zijn persoonlijk leven. Hij vertelt over een interview van de Libelle of Margriet en of hij maar even antwoord wil geven op de vraag: Wat is je grootste persoonlijke trauma? Per mail!

Dat vindt hij dus gek zegt hij. En hij is geen liefhebber van dat soort vragen.

Overigens zegt hij nog dat hij zich bij het Paroolinterview genoodzaakt voelde iets meer van zichzelf te laten zien omdat het anders niet veel werd voor een profilerend interview. En dat hij daar wel spijt van heeft.

 

Hmmm, ik hoor de hint en vraag me af hoe ik nog tot hem door ga dringen.

 

 

Dinsdagavond

 

Ik heb Paul geïnterviewd aan het eind van de middag. ’s Avonds is de eerste try-out van de voorstelling. Aangezien deze opnames leiden tot de reportage voor woensdag vind ik het wel tijd voor een diepere laag en dus wil ik het persoonlijk maken. Ik ga hem vragen naar zijn tijd bij de psychiater. Ik heb vooral gevraagd naar wat die bij hem veranderd heeft. Dat hij de oorzaak niet wil vertellen is mij al duidelijk, ik heb er voorzichtig naar geïnformeerd buiten de opname om en kreeg geen antwoord.

Hij denkt veel na bij het formuleren van zijn antwoorden. Vasthoudend doorvragen is gewenst. Hij zegt dat hij het geen fijn onderwerp vindt.

Plotseling denkt hij een repetitie mis te lopen en rent naar het podium. Midden in het interview. Het blijkt geen repetitie waar hij bij moet zijn en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een vlucht voor het gesprek is.

Terug in de kleedkamer pak ik de draad toch weer op en met veel stiltes vertelt hij wel over zijn bewijsdrang die is verminderd. “Dit is wie ik ben en daar moet je het maar mee doen.” Dat idee. En, voegt hij er veelzeggend aan toe, dat geldt ook voor interviews die hij geeft. Dat hij niet alles hoeft te vertellen maar dat iemand maar genoegen moet nemen met wat hij krijgt.

Duidelijk.

 

In de uiteindelijke reportage knip ik de denkpauzes van Paul er nauwelijks uit. Ik wil laten horen hoe hij worstelt met zijn gedachtes en met de vraag: Wat wil ik vertellen. Ik geloof dat dat er in de uitzending wel duidelijk uit komt.

 

 

Woensdag

 

Opname ’s middags in het theater. Ik besluit hem niet nog een keer te corneren met persoonlijke zaken maar het te zoeken in zijn jeugd. De kist met kleren die hij in de voorstelling aan moet maken het makkelijk voor me een bruggetje te maken met zijn kinderjaren waarin hij zich al graag verkleedde. Daarmee kan ik hem laten vertellen hoe hij zich toen al in typetjes kon verliezen. Dat hij met een springtouw als teugel paardje kon spelen en met zijn tong klik-klak-geluiden kon maken. En daar “iets te lang” mee door kon gaan. Het zegt genoeg voor de goede verstaander.

Even later vertelt hij tijdens een gesprek over serieuze rollen dat hij behoorlijk stemmingsgevoelig is en dat maanden met een zware rol bezig zijn een te zware belasting zou zijn. En dus houdt hij het graag nog bij de typetjes en wat humoristische rollen.

Zo krijgt het allemaal toch een mooi persoonlijk tintje.

 

Donderdagavond

 

De première-avond. Dat betekent voor de reportage vrij eenvoudig dat ik zal proberen te laten horen hoe Paul die avond beleeft. De spanning vooraf, het inzingen, stukjes uit de show. Tempo in de montage en veel geluid.

Dat hij wordt gevolgd door Peter van der Vorst voor Van der Vorst zoekt sterren is nog een aardige aanleiding om hem te vragen naar sterrenstatus. Hij zegt dat hij zich geen ster voelt.

Paul_groot_met_pvdv

In het afsluitende deel van de reportage zegt Paul dat hij met het spelen in deze grote productie wel een nieuwe weg is ingeslagen. Dat hij blij is dat dat hem wordt toevertrouwd. En dat hij hoopt dat het een nieuwe start is.

En dat lijkt mij een mooie, en ook persoonlijke afsluiting van de week.

 

Het was een interessante week voor mij want wat te doen met iemand bij wie je niet doordringt tot de echte kern? Genoegen nemen met de ring daaromheen dus. Wel persoonlijke verhalen laten horen, maar niet de trauma’s.

En wat prettig is aan radio: je hoort hem praten. De toon van een stem zegt al heel wat.

Ook hoor je hem nadenken en worstelen met de formulering van zijn antwoord door de stiltes die er vallen. En die stiltes zeggen vaak nog meer over wat hij van een onderwerp vindt.

Op die manier leert de luisteraar soms meer van de geïnterviewde dan door de woorden die hij spreekt.

Wie ik ben

P195

Ik kom net van de zolderkamer waar ik mijn zoon in slaap heb gezongen. Zonder liedje kom ik de kamer niet uit.

En op weg naar beneden dacht ik eens na over zijn terugkerende verzoeknummer. Op de vraag wat ik moet zingen antwoordt hij steevast: Wie Ik Ben.
Kent u niet? Grote hit van Simon and Garfunkel hoor. De eerste zin luidt: Hello darkness, my old friend". Het lied: Sound Of Silence. Dat 'My Old Friend' klinkt voor hem al vanaf het begin als Wie Ik Ben. Vandaar.

Maar waar gaat het nummer eigenlijk over? Mijn interpretatie is altijd iets met slechte communicatie. Want: People hearing without listening, people talking without speaking.
Wat simpel gedacht misschien ja , en zoeken naar de precieze uitleg levert dan ook een veelvoud aan meningen op.
( http://tinyurl.com/622sque )

Wat Paul Simon er zelf over zegt heb ik nog niet opgezocht, maar het doet er eigenlijk niet toe.
De muziek is mooi. Zelfs als ík een poging waag het te vertolken - inclusief gitaar. Gelukkig zingt een ouder in de oren van een klein kind niet snel slecht geloof ik.
En om die muziek gaat het mijn zoon natuurlijk, zolang hij nog geen Engels spreekt.

En als hij die klanken nou zó mooi vindt dat hij er bij in slaap valt, en hij noemt dat 'Wie ik ben', waarom zou ik dan nog verder zoeken naar een betekenis? Dat is toch eigenlijk heel mooi.

1 of 1
Posterous theme by Cory Watilo