Filed under: kees Brusse radiodagboek blauwzee bleumers ncrv publieke omroep radio1

Een stilte zegt soms meer dan woorden

dagboek van uw verslaggever, tijdens de week met Paul Groot 

Paul_groot

Zaterdag 9 april 2011

 

Voorafgaand aan de week met Paul Groot lees ik natuurlijk de verschillende interviews die al met hem gedaan zijn. Wat opvalt is dat hij zelden details over zijn privéleven geeft. Dat is dus nog een terrein waar iets te ontdekken valt. Het spelen van typetjes, zijn perfectionisme … het lijkt allemaal ergens uit voort te komen maar je leest nooit precies waaruit.

Daarmee is mijn doel duidelijk: lukt het mij om door te dringen tot de persoon Paul Groot?

 

Op zaterdag wordt er op Twitter plotseling geschreven over een prachtig interview met Paul in Het Parool. Dus ik ga op zoek naar een exemplaar en jep… Daarin staat een lang interview met hem door Gijs Groenteman. En daar staat veel in. Heel veel. Over depressies, verlegenheid in de jeugd van Paul, sociaal onvermogen, psychiaterbezoeken… .  

Behalve dat ik onder de indruk ben van het interview, baal ik toch ook.. Gezien de schaarsheid waarin Paul Groot vertelt over zijn verleden ben ik bang dat hij in mijn week weer wat gereserveerder zal zijn. Een duidelijk geval van gras weggemaaid voor mijn voeten

Aan de andere kant vraag ik me af of ik ook zover gekomen zou zijn. Een interview voor de geschreven pers – waarbij je een lange tijd lekker kan gaan zitten met wat drinken en dan een goed gesprek – is toch heel anders dan voor de radio waarbij de microfoon een zeer aanwezig gegeven is. En tenzij je ècht de tijd hebt is het moeilijk om te vergeten dat je met opnames bezig bent.

Natuurlijk, ook bij geschreven pers is het de interviewer die het moet doen en dus alle lof voor Gijs Groenteman.

Maar toch: ook uit het interview door Groenteman wordt niet duidelijk wat er nou precies gebeurd is in de jeugd van Paul Groot. Hij vertelt dat zijn broer en zus het contact met zijn ouders hebben verbroken maar waarom? Dat blijft een groot vraagteken en het heeft er alle schijn van dat Paul Groot dat bewust niet vertelt.

 

Maar goed, aan mij de taak om ook de persoon Paul Groot te laten horen en niet alleen de acteur. Morgenochtend heb ik een uurtje de tijd voor het eerste interview.

 

 

Maandagmiddag

 

Vanmorgen eerste interview met Paul gehad. Mijn tactiek was om niet meteen te proberen de diepte op te zoeken maar het eerst te hebben over Spamalot, de musical. En over zijn passie voor goochelen. Het leuke is dat ik daar ook iets van weet en ik hoopte door daarover met hem te praten de afstand tussen interviewer en geïnterviewde wat te verkleinen. En na twintig minuten praten over Monty Python, musical en goochelen kon ik vrij eenvoudig de stap maken naar zijn jeugd. Want was het goochelen ook een manier om veel in zijn eentje te oefenen en vervolgens op een makkelijke manier indruk te kunnen maken? En ook nog eens een rol te kunnen spelen? Paul vertelt vervolgens over de afstand tussen zijn klasgenoten en de ontdekking dat hij homo is. Het gaf de reportage van maandag de extra laag waar we altijd naar op zoek zijn. Ik was tevreden met het resultaat.

 

(overigens, ik begon later aan de montage dan ik wilde omdat we na opname nog wat kaarttrucjes doornamen, haha!)

 

Maandagavond

 

Ik heb Paul geïnterviewd vlak voor een repetitie voor de musical Spamalot. Heb gekozen voor niet teveel persoonlijks. Sterker nog, ik heb hem maar eens laten vertellen over het feit dat hij het zo raar vindt om in interviews vragen over zijn persoonlijk leven te krijgen. Dan kan ik daarna weer vragen stellen over eh zijn persoonlijk leven. Hij vertelt over een interview van de Libelle of Margriet en of hij maar even antwoord wil geven op de vraag: Wat is je grootste persoonlijke trauma? Per mail!

Dat vindt hij dus gek zegt hij. En hij is geen liefhebber van dat soort vragen.

Overigens zegt hij nog dat hij zich bij het Paroolinterview genoodzaakt voelde iets meer van zichzelf te laten zien omdat het anders niet veel werd voor een profilerend interview. En dat hij daar wel spijt van heeft.

 

Hmmm, ik hoor de hint en vraag me af hoe ik nog tot hem door ga dringen.

 

 

Dinsdagavond

 

Ik heb Paul geïnterviewd aan het eind van de middag. ’s Avonds is de eerste try-out van de voorstelling. Aangezien deze opnames leiden tot de reportage voor woensdag vind ik het wel tijd voor een diepere laag en dus wil ik het persoonlijk maken. Ik ga hem vragen naar zijn tijd bij de psychiater. Ik heb vooral gevraagd naar wat die bij hem veranderd heeft. Dat hij de oorzaak niet wil vertellen is mij al duidelijk, ik heb er voorzichtig naar geïnformeerd buiten de opname om en kreeg geen antwoord.

Hij denkt veel na bij het formuleren van zijn antwoorden. Vasthoudend doorvragen is gewenst. Hij zegt dat hij het geen fijn onderwerp vindt.

Plotseling denkt hij een repetitie mis te lopen en rent naar het podium. Midden in het interview. Het blijkt geen repetitie waar hij bij moet zijn en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een vlucht voor het gesprek is.

Terug in de kleedkamer pak ik de draad toch weer op en met veel stiltes vertelt hij wel over zijn bewijsdrang die is verminderd. “Dit is wie ik ben en daar moet je het maar mee doen.” Dat idee. En, voegt hij er veelzeggend aan toe, dat geldt ook voor interviews die hij geeft. Dat hij niet alles hoeft te vertellen maar dat iemand maar genoegen moet nemen met wat hij krijgt.

Duidelijk.

 

In de uiteindelijke reportage knip ik de denkpauzes van Paul er nauwelijks uit. Ik wil laten horen hoe hij worstelt met zijn gedachtes en met de vraag: Wat wil ik vertellen. Ik geloof dat dat er in de uitzending wel duidelijk uit komt.

 

 

Woensdag

 

Opname ’s middags in het theater. Ik besluit hem niet nog een keer te corneren met persoonlijke zaken maar het te zoeken in zijn jeugd. De kist met kleren die hij in de voorstelling aan moet maken het makkelijk voor me een bruggetje te maken met zijn kinderjaren waarin hij zich al graag verkleedde. Daarmee kan ik hem laten vertellen hoe hij zich toen al in typetjes kon verliezen. Dat hij met een springtouw als teugel paardje kon spelen en met zijn tong klik-klak-geluiden kon maken. En daar “iets te lang” mee door kon gaan. Het zegt genoeg voor de goede verstaander.

Even later vertelt hij tijdens een gesprek over serieuze rollen dat hij behoorlijk stemmingsgevoelig is en dat maanden met een zware rol bezig zijn een te zware belasting zou zijn. En dus houdt hij het graag nog bij de typetjes en wat humoristische rollen.

Zo krijgt het allemaal toch een mooi persoonlijk tintje.

 

Donderdagavond

 

De première-avond. Dat betekent voor de reportage vrij eenvoudig dat ik zal proberen te laten horen hoe Paul die avond beleeft. De spanning vooraf, het inzingen, stukjes uit de show. Tempo in de montage en veel geluid.

Dat hij wordt gevolgd door Peter van der Vorst voor Van der Vorst zoekt sterren is nog een aardige aanleiding om hem te vragen naar sterrenstatus. Hij zegt dat hij zich geen ster voelt.

Paul_groot_met_pvdv

In het afsluitende deel van de reportage zegt Paul dat hij met het spelen in deze grote productie wel een nieuwe weg is ingeslagen. Dat hij blij is dat dat hem wordt toevertrouwd. En dat hij hoopt dat het een nieuwe start is.

En dat lijkt mij een mooie, en ook persoonlijke afsluiting van de week.

 

Het was een interessante week voor mij want wat te doen met iemand bij wie je niet doordringt tot de echte kern? Genoegen nemen met de ring daaromheen dus. Wel persoonlijke verhalen laten horen, maar niet de trauma’s.

En wat prettig is aan radio: je hoort hem praten. De toon van een stem zegt al heel wat.

Ook hoor je hem nadenken en worstelen met de formulering van zijn antwoord door de stiltes die er vallen. En die stiltes zeggen vaak nog meer over wat hij van een onderwerp vindt.

Op die manier leert de luisteraar soms meer van de geïnterviewde dan door de woorden die hij spreekt.

Een weekje Brusse

Maandagochtend komt hij het Grand Café in Schoorl binnenlopen aan de arm van zijn Australische vrouw, met zin in de week die komen gaat. Het zuurstofapparaat springt natuurlijk in het oog want de slangetjes die zijn neus ingaan zijn niet te missen, maar: “Dat is net als een wandelstok, een hulpmiddel,” verzekert hij me en we beginnen aan het eerste van een serie van vijf interviews. Op donderdagmiddag neem ik afscheid van een man die onder een dekentje zit in zijn gehuurde boerderijtje, het zuurstofapparaat aangesloten en in afwachting van de dokter. Voor Kees Brusse was het een zware week.

Het is de week waarin zijn memoires verschijnen. Verhalen over zijn leven die hij verteld heeft aan Henk van der Horst (bekend van Farce Majeur) omdat Brusse zelf niet meer goed kan zien en daardoor niet meer kan schrijven. Hij is 86 jaar. Als ik hem spreek op maandagochtend heeft hij de dagen ervoor al verschillende interviews gegeven – kranten, tv, radio – en direct na mij zal hij het Parool te woord staan. Iedereen wil hem spreken want de staat van dienst van acteur Kees Brusse is groot en hij wordt door velen bewonderd. Hij neemt tijd voor iedereen en dat dwingt respect af. Het is namelijk duidelijk dat de vele inspanningen veel vergen van zijn energie. Bij beeldopnames gaat het zuurstofapparaat het liefst af maar hij maakt er geen geheim van en tijdens radio- of kranteninterviews blijven de slangetjes vaak in zijn neus. Mij laat hij het apparaat ook horen tijdens de opnames.

Hij is verbaasd door alle aandacht die hij krijgt. In Australië waar hij nu woont heeft hij weinig vrienden, vertelt hij me. Naast zijn vrouw heeft hij er zijn vogels, daar voert hij vele gesprekken mee. De anonimiteit daar is soms fijn, maar hij mist de aandacht ook wel, geeft hij toe. Nou, die krijgt hij dezer dagen in Nederland genoeg. Na de presentie van zijn memoires moet de interviewers duidelijk worden gemaakt het niet te lang te maken (Henk van der Horst wordt op gegeven moment door zijn dochter die alle publiciteit organiseert weggestuurd omdat hij uitvaart tegen een SBS-verslaggever. Hij vindt dat het allemaal te veel wordt voor Brusse). Omdat ik hem deze week volg loop ik steeds met hem mee, ook in de lift waar hij verzucht: “Mooi was het hè? Maar ik ben wel een beetje buiten adem.” En als de liftdeuren opengaan staat er weer iemand in de startblokken om hem iets te vragen of ergens mee naar toe te nemen.

Woensdag, de dag na de presentatie wordt voor hem vrij gehouden. Ook ik ga niet bij hem langs want hij is echt te moe. Logisch lijkt me en dus spreek ik donderdagochtend met hem af om op te nemen voor de uitzending van die dag. Als hij om elf uur op de parkeerplaats uit de auto stapt is het eerste wat hij zegt: “Ik ben doodziek.” Hij denkt iets verkeerds te hebben gegeten. Maar, geeft hij toe, het was ook wel erg druk. Ik zeg meteen dat als hij echt te ziek is we het misschien maar niet door moeten laten gaan en hij naar bed moet. Nee, zegt Brusse, ik wil de week afmaken. Dat is iets wat we vaker tegen komen: In eerste instantie denkt een Radiodagboekgast soms dat het een hele opgaaf wordt, iedere dag die verslaggever te woord staan. Later zien ze in dat het een mooie serie is en willen ze het graag af maken. Kees Brusse ook. En dus voeren we een gesprek, ik hou het kort, en hij gaat weer naar huis. Met enige schroom zeg ik dat ik eigenlijk ’s middags nog één keer af wil spreken voor de vrijdagaflevering. Geen punt zegt hij. Brusse: “Als jij nou in de tijd dat ik ga slapen naar Hargen aan Zee gaat, dan zie ik je om vier uur.”

Op het strand denk ik na over de man Brusse. Gevierd acteur, vele films en televisieseries op zijn naam, maar ook gevlucht naar Australië voor een ex-vrouw die een lastercampagne tegen hem begon in Nederland (beluister voor het verhaal deel vier van zijn Radiodagboek op http://lunch.ncrv.nl/radiodagboek ). Daar zit hij aan de rand van een natuurreservaat, probeert vaak een kilometer te wandelen met zijn zuurstoffles achter zich aan (voor binnen heeft hij een 18 meter lange slang). Maar met weinig vrienden en behoorlijk alleen, zo vertelt hij me zelf.

Als ik voor de laatste keer bij hem langs ga word ik opgewacht door zijn vrouw Joan. Ze zegt dat de dokter onderweg is. Als ik Brusse vraag hoe het gaat zegt hij: “Alles doet me pijn.” Maar hij wil nog graag een keer spreken (een interview dat hij de volgende dag zou geven is al afgezegd). We hebben nog een mooi afsluitend gesprek.

We begonnen de week in een café en kwamen op plekken waar hij in de schijnwerpers stond, we sluiten de week af in een gehuurd boerderijtje aan de rand van Schoorl. En na nog een paar dagen Parijs zal hij weer terugvliegen naar Australië. Terug naar zijn vogels. In ons laatste gesprek zegt hij nog eens dat hij soms wel wat alleen is in Australië. En dat Nederland wel ver weg is. Aan de andere kant, als het dichterbij zou zijn zou het aantal Nederlanders in Australië misschien toenemen en daar heeft ‘ie eigenlijk ook helemaal geen behoefte aan. Het is goed zo, zegt hij.

Ik zeg gedag en laat hem verder met rust. Volgens mij heeft hij daar het meeste behoefte aan.

 

Gepost op maandag 14 maart 2011

Brusse

1 of 1
Posterous theme by Cory Watilo